Voor het maken van een vulling kan een tandarts kiezen uit een aantal
verschillende materialen. Die keuze kan worden bepaald door de plaats en
zichtbaarheid van de vulling, maar ook door de duurzaamheid en de prijs voor de
patiënt.
Eén van de meest gebruikte materialen is het amalgaam. Dit materiaal wordt,
welliswaar in gewijzigde vorm, al meer dan 100 jaar in de tandheelkunde
toegepast.
Het is een sterk, slijtvast, duurzaam en relatief goedkoop materiaal. Het heeft
als nadeel, dat het een grijze metaalachtige kleur heeft.
 |
Tijdens een halfjaarlijkse controle tast de
tandarts de elementen af met behulp van een sonde (het
"haakje").
Bij deze kies is in de groef op het kauwvlak een kenmerkende verkleuring
zichtbaar en de sonde blijft haken. |
| Het gaatje is gereinigd, waarbij de gehele groef in de
preparatie is meegenomen. Dit om te voorkomen, dat op de rand van de
vulling een nieuw gaatje kan ontstaan. |
 |
|
Het geprepareerde gaatje is gevuld door
middel van amalgaam.
In eerste instantie is de nieuwe vulling matgrijs. Later zal hij iets
donkerder worden en wat meer gaan glimmen, zoals de vulling in het
buurelement.
De tandarts kan de vulling later op hoogglans polijsten. |
 |
|