Bij inwendig bleken wordt bedoeld het bleken of witter maken van een tand
door deze van binnenuit te ontkleuren.
Meestal betreft het een tand, die als gevolg van een ongeval verkleurd is
geraakt en door de patiënt als storend wordt ervaren.
Bij deze 24-jarige vrouw begon het kleurverschil tussen de twee
middelste snijtanden steeds meer op te vallen.
Hoewel het moeilijk te zien is, bleek op een gemaakte ræntgenfoto, dat
de rechter voortand van binnenuit was dichtgegroeid.
Eigenlijk een verschijnsel, dat normaal in de loop van het leven altijd
optreedt, maar als gevolg van een ongelukje op jonge leeftijd versneld
is. |
 |
Dit verschijnsel wordt obliteratie genoemd.
De linkerfoto is de eerste foto waarop de diagnose werd gesteld. Let op
het verschil in grijskleur in de wortel
De rechterfoto is gemaakt na de kanaalbehandeling. |
 |
 |
Tijdens de kanaalbehandeling bleek, dat de
inhoud van het kanaal volkomen droog was. De pulpa (wortelkanaalinhoud
of "zenuw") was door het ongeval op jonge leeftijd afgestorven
zonder een ontsteking te veroorzaken.
Na de kanaalbehandeling werd een bleekmiddel ingesloten en werd een
noodvulling aangebracht. |
Op de foto rechts ziet u het resultaat nadat het bleekmiddel één week
in de tand heeft gezeten.
Omdat er geen kleurverschil tussen beide voortanden was waar te nemen, werd de noodvulling en het
restant bleekmiddel verwijderd en werd een definitieve vulling van
Composiet gemaakt. |
 |
Als bleekmiddel werd hier gebruik gemaakt van Natriumperboraat, vermengd met water.
Bij hardnekkige verkleuring kan ook worden gebruik gemaakt van
Natriumperboraat vermengd met 37% fosforzuur.
Het risico hierbij is vooral bij kinderen, dat het bleken te snel gaat. |
|